Beleggingsverzekering ondoorzichtig en duur
Door onze redacteur MICHIEL VAN NIEUWSTADT 
ROTTERDAM, 31 JULI. De
kostenstructuur van beleggingsverzekeringen, een explosief groeiende
markt waarin de eerste vijf maanden van dit jaar voor 6 miljard gulden
aan nieuwe verzekeringen werd afgesloten, is uiterst ondoorzichtig.
Ondanks de ogenschijnlijk toegenomen concurrentie en openheid op deze
snel groeiende markt verdwijnt een fors deel van de opbrengst die met de
ingelegde premies wordt behaald in de zak van de
verzekeringsmaatschappijen. Dit concluderen de bureaus Teuwen Financial
Marketing en MoneyView uit onderzoek naar levensverzekeringen waarvan de
premie wordt geiuml;nvesteerd in beleggingsfondsen.
Kenmerkend voor deze zogeheten unit linked produkten is dat de premies
worden geiuml;nvesteerd in beleggingsfondsen en dat beleggingen in
verschillende fondsen kunnen worden gewijzigd. Het Verbond van
Verzekeraars werkt aan een gedragscode die leden verplicht meer inzicht
te verschaffen in de manier waarop rendement en risico van een
levensverzekering van invloed zijn op de uitkering aan de verzekerde.
CBS-cijfers laten zien dat er tot 1 juni van dit jaar nieuwe unit
linked-verzekeringen zijnafgesloten ter waarde van ruim 6 miljard gulden
tegen 4,6 miljard in de eerste 5 maanden van 1995.
Een belegger die maandelijks 200 gulden belegt in een fonds dat
jaarlijks acht procent rendement behaalt heeft na 20 jaar een
eindkapitaal opgebouwd van ruim 120.000 gulden, exclusief kosten.
Volgens eigen berekeningen van verzekeraars houdt die belegger, wanneer
hij voor deze bedragen een periodieke beleggingsverzekering afsluit,
(afgezien van fiscale voordelen) veel minder over. Bij een rendement van
acht procent ligt het eindkapitaal tussen de 78.000 en 108.000 gulden,
na aftrek van kosten en winstopslag. Een beperkt deel
van die kosten heeft te maken met uitgaven van de verzekeraar aan
beleggingsfondsen. Een belegger in het fonds Robeco, dat over het
gemiddeld beheerd vermogen jaarlijks 0,25 procent in rekening brengt,
houdt van genoemde 120.000 gulden ruim 117.000 gulden over.
Een woordvoerder van het Verbond wijst erop dat een
beleggingsverzekering in tegenstelling tot een rechtstreekse belegging
in fondsen een verzekeringselement bevat. ,,Dit kan leiden tot een
prestatie van de verzekeraar. Daar staat een kostenopslag tegenover.''
De onderzoekers constateren dat de meeste verzekeraars specificeren wat
zij inhouden voor het beheer van de beleggingsfondsen, kosten voor aan-
en verkopen van fondsen en administratie. Voor andere kosten blijft deze
specificatie echter achterwege. Zo investeren verzekeraars slechts een
deel van de ontvangen premies in beleggingsfondsen. De meeste van de
ruim twintig onderzochte maatschappijen hanteren daarvoor het zogeheten
systeem van 'verlaagde allocatie'. Dit betekent dat in het begin van de
looptijd van de verzekering een beperkt percentage van de premie in
beleggingsfondsen wordt geiuml;nvesteerd. Gemiddeld houden de
verzekeraars die het systeem van verlaagde allocatie toepassen tussen de
38 en 10 procent van de betaalde premies voor zichzelf.
Het Verbond ziet overeenkomsten tussen het onderzoek van MoneyView en
Teuwen en dat van prof. dr. A. Boot (Universiteit van Amsterdam), die de
kosten die verzekeraars in rekening brengen voor koopsom-polissen eind dit jaar 
,,schokkend hoog'' noemde. Het Verbond
wijst erop dat minister Zalm (Financieuml;n) op Kamervragen naar
aanleiding van dit onderzoek heeft geantwoord dat op de
verzekeringsmarkt een hoge mate van concurrentie bestaat tussen
aanbieders. De minister acht daarom ,,een marktbreed te hoog
kostenniveau niet aannemelijk.''
Ook op het gebied van de behaalde rendementen laat de duidelijkheid van
verzekeraars te wensen over. ,,Verzekeraars schotelen de potentieuml;le
klant vaak onrealistisch hoge rendementen voor'', zegt Teuwen. ,,De
bedragen in brochures zijn niet onderling vergelijkbaar.'' Verzekeraars
die de nieuwe code van het Verbond ondertekenen zullen zich daaraan
vanaf september van dit jaar moeten houden in advertenties, en reclame
op radio en televisie. Vanaf begin volgend jaar geldt de code ook voor
alle andere comunicatiemiddelen zoals folders en offertes.
