


Advies: Hef monopolie van loodsdienst op






Door een onzer redacteuren


DEN HAAG, 9 JULI. Het monopolie van de loodsdiensten, dat zij hebben
verkregen door privatisering eind jaren tachtig, moet worden opgeheven.
In de branche van loodsen dient concurrentie te ontstaan en moeten
regionale verschillen in tarieven en veiligheidsvoorschriften worden
geaccepteerd.


Dit staat in een advies dat vanmiddag zou worden aangeboden aan minister
A. Jorritsma (Verkeer en Waterstaat). De minister vroeg twee jaar
geleden om het advies na aanhoudende kritiek uit de Tweede Kamer over
het functioneren van de loodsdiensten.

De loodsen werden in 1988 formeel geprivatiseerd door toenmalig minister
N. Kroes van Verkeer en Waterstaat. Oogmerk was de efficiency van de
loodsen te verhogen en de kosten van de overheid te beperken. Later
stelde de Algemene Rekenkamer in diverse rapporten dat de kosten met
tientallen miljoenen door de privatisering waren toegenomen. Reden was
volgens de Rekenkamer dat de loodsen over een monopolie beschikten,
waardoor van marktwerking geen sprake was. De inkomens van de loodsen
stegen met tientallen procenten, aldus de Rekenkamer.

De adviescommissie, onder leiding van de Tilburgse hoogleraar
bestuurskunde P. Frissen, stelt dat het loodsenmonopolie moet worden
,,beeuml;indigd''. Loodsen moeten voortaan ,,onder condities van
mededinging'' in iedere denkbare haven kunnen werken, aldus de
commissie.

Ook stelt de commissie voor de bestaande kruissubsidieuml;ring, waarbij
loodsen uit grote havens bijdragen aan de kosten van collega's in kleine
havens, wordt opgeheven. De kosten die daarmee zijn gemoeid, zo'n
veertig miljoen gulden, moeten worden betaald door de overheid.

De commissie wil marktwerking stimuleren door per regio verschillen in
tarieven en veiligheidsvoorschriften toe te staan. Hiervoor worden
regionale bestuursorganen gevormd met participatie van het
bedrijfsleven. De minister van Verkeer en Waterstaat is dan niet langer
verantwoordelijk voor de loodsen. Een onafhankelijke nationale Raad van
Toezicht moet gaan controleren of de regionale organen goed
functioneren, aldus de commissie.










