


Rel met Iran: weinig effect op commercie






Door een onzer redacteuren


ROTTERDAM, 12 APRIL. De Europees-Iraanse crisis na de uitspraak van de
Duitse rechter over de betrokkenheid van de Iraanse leiding bij moorden
in Berlijn en de daarop volgende terugtrekking van de EU-ambassadeurs
uit Teheran lijkt geen ingrijpende commercieuml;le gevolgen te krijgen.


Frankrijk sloot gisteren bij monde van een regeringswoordvoerder de
mogelijkheid van economische of commercieuml;le sancties tegen Iran
uit. De Britse regering 'zal doorgaan met aammoedigen van
commercieuml;le relaties met Iran in de civiele sfeer', liet een
zegsman van het Foreign Office in Londen weten. En ondanks de crisis
heeft Bonn niet gesproken over de mogeljkheid om zich aan te sluiten bij
het Amerikaanse handelsembargo tegen Teheran. Minister van buitenlandse
zaken Klaus Kinkel deed gisteren z'n uiterste best om niets te zeggen
dat de crisis zou kunnen verergeren. Het ministerie van buitenlandse
zaken in Den Haag kon gistermiddag nog niet zeggen of de directe
betrokkenheid van de ayatollah's bij de moord in 1992 op vier Iraanse
Koerden gevolgen zal hebben voor de Nederlandse handelsrelaties met
Iran. Wel is de Nederlandse ambassadeur in Iran, drs M. Damme, 'voor
overleg' teruggeroepen naar Den Haag.

,,De inzet voor Frankrijk in deze kwestie is niet economisch of
commercieel'', aldus zegsman Jacques Rummelhardt van het ministerie van
buitenlandse zaken in Parijs. ,,Want Frankrijk is een secundaire
economische partner van Iran. In 1996 heeft Frankrijk voor ongeveer een
miljard dollar uit Iran geiuml;mporteerd, waarvan 95 procent olie, en
onze export naar Iran beliep een half miljard dollar.'' Intussen heeft
het Franse Total, de enige Europese oliemaatschappij met grote
investeringen in Iran, verzekerd dat het door zal gaan met het
controversieuml;le, al twee jaar geleden begonnen project voor de
ontwikkeling van de Sirri olie- en gasvelden. ,,Wat zeker is, is dat het
vandaag de dag niet verbonden is in Iran te investeren'', aldus een
Total-zegsman in Parijs.

De Nederlands-Britse oliemaatschappij Shell gaat ondanks de crisis in de
verhoudingen tussen Europa en Teheran door met een haalbaarheidsstudie
samen met de Iraanse staatsoliemaatschappij NIOC voor de ontwikkeling
van het South Pars gasveld in de Golf, ,,ten behoeve van verkoop van dit
gas aan Pakistan''. ,,Investeringen worden niet voacute;&oacute;r 1999
voorzien'', zegt een Shell-woordvoerder. ,,We gaan door met gesprekken
over South Pars en praten is niet verboden. Als de studie succes
oplevert, hopen we dat tegen die tijd de problemen tussen regeringen
zijn opgelost'', aldus de woordvoerder.Een Britse regeringszegsman
meldde gisteren dat er afgezien van de militaire en nucleaire sectoren
geen enkele embargo geldt voor civiele produkten met bestemming Iran.
Hij wees er overigens wel op dat de Britse import uit Iran al enige
jaren een neerwaartse tendens vertoont en vorig jaar uitkwam op slechts
193 miljoen dollar. De Britse export naar Iran blijft robuuster en
beliep vorig jaar 645 miljoen dollar.

Duitsland exporteerde vorig jaar voor 2,2 miljard D-mark naar Iran en
importeerde nog maar voor 1,1 miljard D-mark uit Iran. Verder staat Iran
nog voor 12,9 miljard D-mark in het krijt bij Duitsland. Er werken 169
Duitse bedrijven in Iran.

Delicaat is overigens wel de bekendmaking in Bonn - na de rechterlijke
uitspraak in Berlijn - dat een belangrijke economische delegatie uit
Iran van 21 tot 25 april a.s. op uitnodiging van de Federatie van Duitse
Kamers van Koophandel de Bondsrepubliek zal bezoeken.










