EU berekent: Nederlandse inflatie lager
Door onze financieuml;le redactie 
ROTTERDAM, 8 MAART. Berekend naar
gemeenschappelijke Europese maatstaven is de Nederlandse inflatie lager
dan de stijging van de kosten van het levensonderhoud die het Centraal
Bureau voor de Statistiek meldt. Dit blijkt uit de geharmoniseerde
inflatiecijfers voor de Europese Unie van het Europese bureau voor de
statistiek Eurostat.
De geharmoniseerde inflatie bedroeg voor Nederland in januari 1,8
procent ten opzichte van januari 1996, tegen een melding van 2,3 procent
door het CBS. Over februari steeg de geharmoniseerde prijsindex met 1,6
procent, tegen een CBS-cijfer van 2,2 procent.
De introductie van geharmoniseerde inflatiecijfers door Eurostat hangt
samen met de komst van de Economische en Monetaire Unie (EMU). In april
1998 beslissen de Europese regeringsleiders welke lidstaten er kunnen
toetreden tot de groep landen die in 1999 met de EMU begint. Lidstaten
moeten daarvoor voldoen aan een vijftal criteria voor onder meer de
overheidsfinancieuml;n, rente en inflatie. Eenduidige inflatietellingen
van de verschillende lidstaten waren niet voor handen, waardoor in het
Verdrag van Maastricht werd bepaald dat er geharmoniseerde cijfers
moesten komen. Datzelfde verdrag bepaalt dat de geharmoniseerde
inflatie-indices niet bedoeld zijn om de nationale te vervangen, anders
dan voor de EMU-toetsing.
Het Maastricht-criterium voor inflatie stelt dat toetreding tot de EMU
op dit punt een inflatie vereist die niet hoger is dan 1,5 procent boven
de inflatie van ten hoogste de drie landen met de laagste inflatie. Op
basis van de nieuwe rekenmethode bedraagt die 'referentiewaarde' in
januari 2,66 procent.
De geharmoniseerde inflatiecijfers werden gisteren kritisch ontvangen
door financieel analisten. Omdat onderdelen van de prijsindex in
Europees verband te veel afweken, zijn die uit de geharmoniseerde telling weggel
aten. Voor Nederland geldt dat onder meer
voor de huurwaarde van woningen en consumptiegebonden belastingen, die
juist sneller dan gemiddeld in prijs stegen, waardoor de 'Europese'
telling lager is dan de nationale.
Nederland valt volgens de nieuwe methode in de middenmoot van Europa.
Ook is er kritiek omdat voor verschillende landen een ander uitgangsjaar
is genomen. Zo'n uitgangsjaar bepaalt de weging van het uitgavenpakket
van consumenten. ,,Mensen kopen vaker computers, en gebruiken vaker de
telefoon. De weging van uitgaven aan zulke zaken kan in een paar jaar
flink oplopen,'' zei een analist gisteren.
Het gemiddelde van de EU-inflatie kwam in januari volgens de nieuwe
telling uit op 2,2 procent. Finland, Luxemburg, Zweden, Oostenrijk en
Duitsland hadden een lagere inflatie dan Nederland. Frankrijk had
dezelfde inflatie, met 1,8 procent. Ierland, Groot-Brittannieuml;,
Belgieuml;, Denemarken en Itali&euml; hebben een hogere inflatie dan
Nederland. Deze landen zouden op basis van de referentiewaarde over
januari van 2,66 procent zich op dit moment wel kwalificeren voor de
EMU.
Spanje, Portugal en Griekenland kunnen op basis van de januari-cijfers
niet meedoen met de eerste groep van EMU-deelnemers. De formulering van
het inflatie-criterium in Maastricht laat overigens ruimte voor
interpretatie.
