


Hoge Raad: wel onderzoek naar Vie d'Or






Door onze financieuml;le redactie 


AMSTERDAM, 21 JAN. De ondergang van
de kleine verzekeraar Vie d'Or in 1993 zal onderzocht worden door een of
meer experts die worden benoemd door de Ondernemingskamer van het
Amsterdamse gerechtshof. De deskundigen, die naar verwachting over een
week benoemd zullen worden, zullen ook de rol van de toezichthoudende
Verzekeringskamer tijdens de situatie van uitstel van betaling bij Vie
d'Or onder de loep nemen.


Dit is de uitkomst van de cassatieprocedure die de Verzekeringskamer had
aangespannen bij de Hoge Raad. De Verzekeringskamer was bij het hoogste
rechtscollege in beroep gegaan tegen een vonnis uit 1995 van het
gerechtshof waarin het integrale onderzoek, een zogeheten enquecirc;te, werd
gelast.

Het arrest van de Hoge Raad, dat vanmiddag bekend werd gemaakt door de
Verzekeringskamer, is een steun in de rug van de ongeveer 13.000
gedupeerde polishouders van Vie d'Ort die zich hebben verenigd in de
Stichting Vie d'Or. Deze stichting overweegt onder meer een schadeclaim
van 180 miljoen gulden bij de Nederlandse staat wegens falend toezicht
van de Verzekeringskamer en onderzorgvuldig handelen tijdens de situatie
van uitstel van betaling bij Vie d' Or. Het onderzoeksrapport van de
deskundigen kan hen daarbij nieuwe informatie geven over de rol van de
Verzekeringskamer. Het bedrag van 180 miljoen gulden is een schatting
van het verlies van de polishouders.

De Hoge Raad lijkt de Verzekeringskamer wel iets te zijn tegemoet
gekomen in zijn arrest. De Verzekeringskamer was in
cassatie gegaan omdat zij niet onderzocht wilde worden voor haar rol
tijdens de fase van het uitstel van betaling, dat in 1993 door de
rechtbank aan Vie d'Or was verleend. De toezichthouder beriep zich op de
wettelijke geheimhoudingsplicht. De Hoge Raad heeft de enquecirc;teperiode die
het gerechtshof had gelast wel overgenomen, maar concludeert volgens de
Verzekeringskamer dat de geheimhoudingsplicht tijdens de uitvoering van
het onderzoek ,,een rol kan spelen''. De Verzekeringskamer zegt in een
reactie zich ,,loyaal'' te zullen opstellen bij het onderzoek.

De enquecirc;te loopt vanaf 1 januari 1988 tot en met het uitspreken van het
faillissement, eind 1995. Naast de stichting en de enquecirc;teurs zitten ook
de curatoren in het faillissement op het vinkentouw met eigen
procedures. Oprichter en grootaandeelhouder F. Maes ligt nog met
justitie in de clinch over vervolging of een financieuml;le schikking
wegens het debacirc;cle.











